culemborg
Home
Historie van de waterlinies
Forten Forten & inundatiewerken
Download de route
Dorpen en steden langs de route
Hotels Wandel en fietstochten langs de route
Bezienswaardigheden Bezienswaardigheden en buitenplaatsen
Toeristische atrracties Toeristische attracties
Contact
Facebook

Historie

De historie van Culemborg (vervolg)

Op sente nicolausdach' (6 december) 1318 verleende Heer Jan een privilegebrief aan 'de poorters tot Culemborg', die als eerste stadsrecht mag gelden (Voet,blz. 607-617). Op 30 april 1331 ontving Hubrecht (heer van Culemborg 1322-1347), zoon van Jan I, van de Graaf van Gelre het huis in leen,dat hij gebouwd had op de zijde van Culemborg aan de kant van Everdingen (Arch. grav. v. Cul.regest 83). De plaats van dit huis is thans met zekerheid aan te wijzen aan de westelijke stadsgracht, op het terrein, waarop in de XVIde eeuw het Weeshuis is gesticht (zie Stadsmuren).

Volgens Voet van Oudheusden (blz. 31) brak Jan II (1347-1377, zoon van Hubrecht) het in 1281 vermelde huis af en bouwde omtrent het midden van de veertiende eeuw een nieuw kasteel aan de oostzijde van de stad (zie hierna pag. 153). Jan II noemde zich heer van Culemborg en van der Leck, ingevolge de belening met de heerlijkheid van der Lek na de dood van zijn moeder Jutte (1351), en vierendeelde zijn wapen: I en IV de drie zuilen en II en III een zwarte leeuw.

Omstreeks 1280 voerden de heren van Bosinchem het wapen Zuilen met verandering van kleur: drie zuilen van keel op gouden veld, in plaats van zilver en geplaatst in het rechter kanton van het wapen van Beusichem. Het tegenwoordige gemeentewapen vertoont de drie zuilen van keel op een gouden veld.Jan II werd opgevolgd door zijn broer Gerard I, die in 1394 overleed. Zijn opvolger, Hubrecht III geraakt in heftige strijd met Gravin Jacoba. Hij stierf kinderloos in 1422 en zijn broer Jan III volgde hem op. In de strijd, voortgekomen uit het Utrechtse schisma, stond Jan aan de zijde van zijn broer Zweder. In de nacht van 23 februari 1428 trachtte Rudolf van Diepholt de stad te overrompelen en Zweder - die men tevergeefs getracht had te vergiftigen -, in handen te krijgen. De aanslag mislukte en Jan van Buren, proost van Aken en St. Marie, werd door de burgers gevangen genomen en op de visbank op letterlijke wijze aan moten gesneden.

Gerard Il had de partij van Hertog Arnold gekozen, toen deze door Adolf gevangen werd gezet. Hij had dit hoofdzakelijk gedaan, omdat zijn schoonzoon Frederik van Egmond ook in Grave gevangen was genomen. Adolf rukte de heerlijkheid binnen, maar werd bij Goilberdingen door een uitval der burgers geslagen en moest op Tiel terugrekken. Beducht voor zijn goederen verzoende Gerard zich met Adolf(1467). Eigenbelang noodzaakte de heren van Culemborg zich aan de zijde der Bourgondiers te stellen. Door zijn in 1469 gesloten huwelijk met Johanna, een dochter van Anthonie, de Grote Bastaard van Bourgondi묠was Jasper al in dit vaarwater gekomen. Echter kon hij zich in de oorlog tussen Karel van Gelder en de Bourgondiers onzijdig houden, waardoor Culemborg voor vele rampen bespaard werd. Jasper overleed in 1504 te Gent en werd in de St. Barbarakerk in Culemborg begraven in een kelder waarboven zijn beeltenis en die van zijn vrouw in koperen platen waren gegraveerd met hun wapens en de vier kwartieren: Culemborg, Buren, Bourgondi묍 Viefville. In de vier hoeken waren de symbolen van de evangelisten afgebeeld (Voet van Oudheusden, blz. 151).

Zijn op 30 maart 1475 geboren dochter Elisabeth volgde hem op, nadat zijn drie zoons jong gestorven waren. Elisabeth huwde in 1501 met Jan van Luxemburg, die echter in 1508 reeds overleed. In het volgend jaar trouwde zij met Anthonie van Lalaing, die haar op 2 april 1540 ontviel. Beide huwelijken bleven kinderloos.Door de rijke en voorname huwelijken in de loop der jaren door de verschillende heren van Culemborg gesloten, was hun positie van landsheren van slechts lokale betekenis uitgegroeid tot een bijna internationale.

Jasper is raad en kamerling geweest van Maximiliaan en Maria en werd in 1481 gouverneur van Leerdam. Elisabeth stond in blakende gunst bij Maximiliaan, Philips de Schoone en Karel V. Anthonie van Lalaing, afstammeling uit een aanzienlijk Henegouws geslacht, bekleedde de hoge posten van stadhouder van Utrecht, Holland en Zeeland. Het aan Elisabeth behorende Hoogstraten, ten zuiden van Breda, werd door Karel V tot een graafschap verheven.De landsheer had er belang bij die kleine, min of meer onafhankelijke, landjes vrij te laten, zolang de houding van de hen besturende potentaatjes te vertrouwen was.

Voor Culemborg was het bestuur van Elisabeth zegenrijk. Zij stichtte een gasthuis, verschafte de middelen voor het bouwen van het stadhuis en de toren van de St. Jans-kerk, en maakte het mogelijk dat na haar dood een weeshuis verrees. In 1533 werd een vernieuwd handvest aan de stad geschonken. Streng trad Elisabeth op tegen de nieuwe leer, doch zij trachtte steeds bloedvergieten te vermijden. Plakkaten werden in 1553 en 1554 uitgevaardigd. Op 9 december 1555 stierf Elisabeth 'zittende op een stoel in haer Casteel te Culemborg'. Zij werd bijgezet in de door Jan Mone vervaardigde tombe in het koor van de St. Catharinakerk te Hoogstraten. Aanvankelijk zou haar hart in Culemborg worden begraven, later veranderde zij dit in Hoogstraten. 'Au mytan du choeur et en une cave. tem soe int hoege choer van ste Barbaren kercke voers hier te Culenborch aen de noortzijde eenen cleynen zarcsteen geleyt is, daer die representatien van mijne seligen heeren ende mijn herte op gesteecken staen mit onse epitaphien daerby van onse sterfdagen'.Waar naaste bloedverwanten ontbraken, ging de opvolging over op een kleinzoon van Elisabeths zuster Anna, Floris van Pallandt. Deze Floris was bij de dood van zijn vader Evrard (die in 1527 met goedkeuring van Elisabeth tot heer van Culemborg was verklaard), drie jaar en werd door zijn oudtante Elisabeth opgevoed.

Kort voor Elisabeths overlijden verhief Karel V op 21 oktober 1555 Floris tot Graaf van Culemborg. Veel plezier van dit gunstbewijs heeft de Keizer niet beleefd.In 1564 ging Floris over tot het protestantisme en zou de beeldstormerij in de St. Barbarakerk persoonlijk hebben bijgewoond en profanaties niet hebben verhinderd, vgl. O. J. de Jong, blz. 132, 133.De hervormden eisten de Gasthuiskerk op, waarop de katholieken, met Melchior van Culemborch aan het hoofd, naar het kasteel trokken en de Graaf een op schrift gesteld protest overhandigden. De eis der hervormden werd afgewezen, doch later stelde Floris de Gasthuiskerk in hun bezit. Wegens deelname aan het Verbond der Edelen moest Floris in 1567 de wijk naar Duitsland nemen.

Zijn goederen werden hem ontnomen en verkocht en zijn huis in Brussel werd tot de grond toe afgebroken (Over zijn rondtrekken in Duitsland, zie A. P. van Schilfgaarde in Gelre XLV, 1942, blz. 109).Op 24 januari 1568 werd hij voor de Bloedraad gedaagd, doch verscheen niet. Hij beval toen zijn zaakgelastigde te Culemborg, Willem van Hambach, een gedeelte van het zich daar bevindend meubilair naar Keulen over te brengen. Deze goederen werden echter in Arnhem in beslag genomen, vgl. Oud-Holland 19I9, blz. I90. In maart I568 werden slot en graafschap geconfiskeerd en tot drost, kapitein en superintendant van Culemborg werd Robert van Lynden aangesteld, later vervangen door Don Alonso Lopez de Gallo.

Eerst op 23 januari I577 kon Floris weer in Culemborg terugkeren en op I9 februari ontruimde Lopez de Gallo het kasteel. Op 29 september I 598 overleed Floris I en werd door zijn 21-jarige zoon Floris II opgevolgd, die op 8 augustus 1599 werd gehuldigd. Deze had in Leiden gestudeerd en was meer verdraagzaam dan zijn vader. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld in het staatkundig leven van de Nederlanden, ook in Gelderland. Wegens zijn vriendschap met Van Oldenbarneveld kwam hij in conflict met Prins Maurits. Wel had een verzoening plaats, echter achtte de Prins het beter, dat Floris een tijdlang buitenslands zou gaan en zond hem in 1618 met een gezantschap naar Denemarken.

Teruggekomen hoorde hij van de gevangenschap van Van Oldenbarneveldt. Toen hij gepolst werd of zijn stad een veilige wijkplaats voor een der hoofden der Arminiaanse factie mocht zijn, ging hij daar niet op in en ook stak hij geen hand uit om zijn vroegere vriend en raadsman te redden. De Graaf kwam nu geheel onder Maurits invloed en deed niets buiten diens voorkennis en zonder 's Prinsen toestemming.Floris overleed 4 juni 1639. Uit zijn in 1601 gesloten huwelijk met Catharina, gravin van den Bergh, had hij geen kinderen, zodat de Pallandtse dynastie met hem uitstierf. Een kleinzoon van Floris halve zuster Elisabeth, Philips Theodoor, graaf van Waldeck volgde op, doch overleed reeds op 17 december 1645 te Corbach in Waldeck, een zoontje van 4 jaar achterlatend, Hendrik Wolraad, dat onder voogdij van zijn oom George Frederik van Waldeck kwam te staan. In 1650 brak in Culemborg een oproer uit. Teneinde ontduiking van accijns op het gemaal tegen te gaan, had het bestuur besloten dat een stadsmolenkar voortaan het koren van en naar de molen zou brengen.Op elke zak graan werd een belasting geheven. Tegen deze bepalingen ontstond groot verzet dat in een formeel oproer ontaardde. Enkele vrouwen drongen door tot bij de magistraat en de drost, welke laatste zij 'den mantel vant lijff getogen hebben' en zijn kameraar mishandelden. Toen een vrouw door de spies van een bode gewond werd en er van het stadhuis werd geschoten, smeten zij de ruiten van het gebouw in, en trachtten binnen het raadhuis te komen, wat niet gelukte. De heren op het stadhuis 'saetten boven by die clock', en werden gedwongen toe te geven. De gevangen genomen vrouw werd vrijgelaten, en het gemaal 'sou wesen als het tevoren geweest hadt' (Nav. 1902,blz. 115, 116).

In I664 kwam Culemborg in moeilijkheden met Holland, doordat een Zweed, Johan Diederik de Mortagne, met de minderjarige Catharina van Orlians, die hij in den Haag geschaakt had, naar het graafschap was gevlucht. De Staten van Holland eisten nu de uitlevering van de Mortagne, tegen welke eis de Graaf zich verzette 'zijn recht dat hem als Souverain toequam, willende staende houden'.

Holland stoorde zich allerminst aan dit protest en stuurde naar het graafschap ruiters en voetknechten die de stad geheel insloten. Huiszoekingen werden verricht, doch zonder resultaat. Vermomd als melkmeid, met een koperen melkkan op de rug, zou de Mortagne de stad hebben verlaten. De graaf moest zich nu jegens Holland verbinden geen vrijgeleide meer aan ontvluchte zware misdadigers uit de Verenigde Provinciën verlenen. Hendrik Wolraad was door dit voorval 'zoo aengedaen', dat hij de stad verliet en kort daarop, 25 juni 1664, te Graz overleed. Wegens het ontbreken van nakomelingen volgde zijn oom George Frederik, graaf (later vorst) van Waldeck, generaal - veldmaarschalk, gouverneur van Maastricht, hem op.

Voor het graafschap is de regering van die buitenlandse heren een ramp geweest. De Duitsers waren veel meer met hun eigen Duitse landen verbonden dan met het verre Culemborg. Veelal beschouwen zij hun Culemborgs graafschap als een welkome melkkoe. Vooral was dit het geval met George Frederik, 'Culemborg was zijn particuliere geldbelegging. Hij heeft met onoirbare middelen meer geld uit de Culemborgsen akker geperst, dan er zonder in roof-bouw of erger te vervallen, ooit uit te halen zou zijn geweest'. (L. Sillevis in Geschiedenis van Culemborg, causerie gehouden voor het genootschap Nifterlake op 22 juli 1931). Ofschoon Culemborg onzijdig heette en ook aanvankelijk van Turenne vrijgeleide verkreeg, had het graafschap van 1672-1674 veel van de Fransen te leiden. Het kasteel (Oude Hof) werd verwoest, de bibliotheek werd geplunderd en een deel van het archief geroofd. George Frederik, die blijkbaar de vlucht had genomen, keerde in 1674 weer. Na diens dood, in 1692 te Arolsen, kreeg zijn weduwe 'de Lyftogt van Stad en Graeffschap en regeerde zeer zagtelijk nog twee jaren'. Haar dochter Louise Anna, gravin-weduwe van Erbach, werd nu Gravin. De Waldecks hadden op te grote voet geleefd en de financiële toestand was dan ook verre van rooskleurig, ook al door de slechte administratie. De gravin was daardoor genoodzaakt verschillende heerlijkheden te verkopen. Zij vertrok in 1699 naar Erbach, waar zij op 30 mei 1714 ten gevolge van een 'Polypus of droevig Neusgezwel' overleed. Haar opvolger was haar neef Ernst Frederik, hertog van Saxen-Hildburghausen. Deze haastte zich van het berooide graafschap te ontdoen. In 1720 hadden de schulden het graafschap 'zodanig geobcedeert en beswaart, dat daarvan geene Revenuen bijna overschietende of 't ontvangen waaren'.

Zonder de bevolking in deze, voor haar toch uiterst belangrijke verandering te kennen, werd het graafschap voor fl. 987.300,C verkocht aan het Kwartier van Nijmegen. Zes afgevaardigden, die de Staten van het Kwartier vertegenwoordigden, werden op 18 juni 1720 plechtig ingehuldigd. Zelfs werd een gedenkpenning geslagen (zie verder), blijkbaar uit blijdschap dat men van de ruïneuze duitsers af was. De nieuwe heren voerden nieuwe belastingen in op bier, land, schoorstenen en haardsteden, koren en met aardappelen bepoot land. In 1746 werd het Stad- en Landrecht vernieuwd. De verheffing van Prins Willem IV tot erfelijk Stadhouder was een aanleiding voor het Kwartier om zich van Culemborg, dat een duur bezit bleek te zijn, te ontdoen. Op voorstel van Tiel, droegen de Staten van het Kwartier, de stad, graafschap en landen van Culemborg op aan de Prins, die op 24 oktober 1748 plechtig werd ingehuldigd. Deze schafte de door het Kwartier ingestelde belastingen af.

Woensdag I4 januari I795 werd de stad door de Fransen bezet, waarvan een gedeelte zich aan plunderingen overgaf. Op 27 januari werd de vrijheidsboom op de Markt geplant. Een uit de burgerij opgericht Comité revolutionaire wendde zich tot de Franse legerautoriteiten om de afzetting van de oude regering te verkrijgen. Van te voren had het oude college zich gericht tot de Representanten der Franse natie in den Haag, met de mededeling wel bereid te zijn het bewind aan de gehele burgerij, maar niet aan het Comité revolutionaire af te staan. Voordat hierop antwoord uit den Haag was ontvangen, stelde het Comité revolutionaire op 12 februari een nieuwe regering aan.

Samuel Aansorgh, vroeger grafelijk raad, werd op 6 maart tot provisioneel maire benoemd, echter nam hij spoedig ontslag 'wegens geweldige zinkingspijnen in het hoofd'. Op 18 juni werd hij uit de municipaliteit gestoten. Het nieuwe college werd op 2 maart bevestigd en op 19 maart vond ten stadhuize de eerste bijeenkomst plaats van de Landelijke Vergadering 's Lands van Culemborg, in welk college zitting hadden vier afgevaardigden uit de stedelijke municipaliteit en twee uit die der dorpen, terwijl er verder nog twee personen aan werden toegevoegd.

Later werd dit college met drie leden uitgebreid. De grafelijke waardigheid werd vervallen verklaard en als gevolg ook het ambt van grafelijke raden. Op 30 januari 1798 werd deze Landelijke Vergadering ontbonden en converteerde zich in een 'administratief collegie'. De staatsregeling van 1798 deelde Culemborg in bij het departement van de Rijn. Op 30 maart 1799 eindigde de zelfstandigheid van het graafschap. Art. 21 van de staatsregeling van 1801 bepaalde, dat Culemborg met Buren tot de provincie Gelderland geacht werd te behoren, wat in 1814 door de Grondwet nogmaals verklaard werd. Gedurende de XIXde eeuw kon Culemborg enigszins tot bloei komen, vooral door de aanleg van de spoorweg Utrecht - 's-Hertogenbosch (spoorbrug voltooid in 1868) en de vestiging van enige industriën

In 1818 werd een seminarie opgericht, dat in 1825 opgeheven werd (Geschiedkundig overzicht van Kath. Culemborg, blz. 40-43). Het in 1841 gevestigde klein seminarie van het aartsbisdom Utrecht is in de dertiger jaren naar elders verplaatst.
(uit 2004 culemborg online)

De middeleeuwse elite kieperde lege bierpullen zo in de gracht

Qua historische vondsten zijn uit de Culemborgse grachten vooral middeleeuwse bierpullen en oude jeneverkruiken omhoog gevist door de baggeraars die deze maanden de grachten schoonmaken. Vooral uit de gracht aan het Voorburg bij de Kasteeltuin kwamen pullen en kruiken boven water.
Dit meldt Jan Schooneveld van het archeologische onderzoeksbureau ARC dat een deel van de bagger in Zutphen laat zeven. Het gaat alleen om bagger uit vier 'kansrijke' grachtdelen, delen in de buurt van historisch belangrijke punten zoals het Weeshuis, de Binnenpoort en de Kasteeltuin. Half juli wordt de baggerbeurt afgerond en zullen aardewerkdeskundigen alle vondsten bekijken. In het najaar wordt een en ander tentoongesteld in het Stadskantoor en verschijnt een rapportje over de vondsten.
Dat de pullen en kruiken vooral aan het Voorburg zijn gevonden, verbaast Aat Alink van de Kasteeltuin-vrijwilligers niets. "Je had daar in het kasteel vroeger de Leen- en Raadskamer. De dames en heren notabelen vergaderden en zopen daar wat af, en blijkbaar kieperden ze de lege pullen zo uit het raam de gracht in. Wij hebben er ook al zat uitgevist, dus deze vondsten verbazen mij niets."

 

Resten van een twaalfde-eeuws kasteel in Culemborg

Lang was de heerlijkheid van de heren van Kaets, met als spil het versterkte huis Kaetshage, aan het zicht onttrokken.
Totdat graafmachines onlangs -toevallig- de resten blootlegde. Aannemer Van Santen, bezig om tegenover het ecowijkje EVA-Lanxmeer de grond te keren, legde een essentieel stuk geschiedenis bloot. Die geschiedenis gaat terug tot ver voor 1318, het jaar waarin Culemborg stadsrechten kreeg. De opgravingen vinden plaats op een locatie die niet ver ligt van de plek waar enkele jaren terug al naspeuringen waren gedaan. Die leverden behalve een steenoven niet veel concreets op. Nu zich bleken daar wel degelijk de resten van een twaalfde-eeuws kasteel te vinden, die daar door sommigen al veel langer werden vermoed. ,,Dit is écht,’’ zegt Bert Blommers, Culemborger én historicus. ,,In tegenstelling tot het rapport van 2002 is het dus géén rond bouwwerk. Hier ligt de basis van het oudste kasteel van Culemborg. Van voor 1200, misschien wel van voor 1100 in houten vorm eronder.
(uit archeonet; archeologisch nieuws)

 

Culemborg • Andere routes • Bezienswaardigheden


 

 



DE WATERLINIE ROUTE

De enige toeristische autoroute van de Nieuwe Hollandse Waterlinie Van het IJsselmeer tot aan de Waal; van Bussum tot en met Gorinchem. Langs forten en vestingplaatsen.

Belangrijk: Door de ligging van aantal forten moet u soms na bezichtiging de aanrijroute weer terug.

Verstedelijking: Nieuwe ontwikkelingen rond Utrecht en Houten maken het bijna onmogelijk een mooie landelijke route langs de forten te vinden. Let u goed op de routeaanduiding!

Gelet op het landelijke van de route past u uw snelheid aan de wegomstandigheden en let op de fietsers en wandelaars.

Sluipwegen: Sommige wegen zijn aangeduid als 'sluipweg" Na 10.00 uur in de ochtend zijn ze weer toegankelijk voor het autoverkeer.

Advies: De route laat zich goed lezen. U kunt eventueel belangrijke gegevens op een detailkaart noteren. Indien u door plaatsen heen gaat, bijvoorbeeld Naarden, kunt u de plattegrond van deze plaats aanklikken.

INFORMATIE

Werkwijze: U kunt door middel van het aanklikken van de symbolen informatie krijgen over de forten, bezienswaardigheden en toeristische evenementen. Tevens zijn er symbolen voor antiekzaken, galeries, antiquariaten.


Aanliggende plaatsen: Door op de naam van de aanliggende plaatsen te gaan staan en aan te klikken, krijgt u de plattegrond van de plaats. In de plattegronden staan ook de symbolen met informatie.

Nieuwe informatie: Regelmatig DE WATERLINIE ROUTE bekijken is aan te bevelen.